Niet alleen de lakens worden (wit)gewassen in hotel

14 juni, 2019

Als je een exploitatie- of DHW-vergunning aanvraagt, controleert het bestuursorgaan onder andere je ‘integriteit’. Als hij daaraan twijfelt, is er misschien wel een reden om je aanvraag af te wijzen. Voor de zekerheid kan het bestuursorgaan je aanvraag ter controle doorsturen naar het Landelijk Bureau Bibob. Exploitatie- en DHW-vergunningen zijn namelijk, jawel, Bibob-abel. Die term is afgeleid van de Wet Bibob. Over deze wet is veel smeuïgs te vertellen. Aan de hand van een recente rechtszaak vertel ik hieronder over één onderdeel ervan. 

Zoals gezegd komt de term ‘bibob-abel’ van de Wet Bibob: de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. Met deze wet in de hand voert het bestuursorgaan, en later eventueel het Landelijk Bureau Bibob (kortweg: LBB), een screening uit naar de aanvrager van de vergunning om te bekijken of er redenen zijn om de gevraagde vergunning te weigeren. Daar kunnen meerdere redenen voor zijn. Eén daarvan is het ernstige gevaar dat met de vergunning geld wordt benut dat is/wordt verkregen uit het plegen van strafbare feiten. Oftewel: het ernstige gevaar voor witwaspraktijken. Dat was het geval in een uitspraak van de hoogste Nederlandse bestuursrechter van begin mei dit jaar.

Wat was er aan de hand? In 2016 hebben twee broers exploitatie- en DHW-vergunningen aangevraagd voor één van hun hotels in Amsterdam, het Best Western Premier Hotel Couture. De burgemeester van Amsterdam heeft die aanvraag doorgestuurd aan het LBB voor een advies. Dat pakte nadelig uit voor de hoteleigenaren. Vanwege het advies zijn de gevraagde vergunningen geweigerd. En dat niet alleen: de reeds verleende DHW-vergunningen van de andere hotels van de broers, het Best Western Blue Tower Hotel en het Golden Tulip Amsterdam West, werden óók ingetrokken! De hoteleigenaren hebben de Bibob-toets dus niet overleefd.

Als het LBB onderzoekt of er een ernstig gevaar voor witwaspraktijken bestaat, zijn een paar dingen van belang. Het LBB kijkt ten eerste óf er een strafbaar feit is gepleegd en door wie. Als de aanvrager zelf in het verleden is veroordeeld, dan zegt dat natuurlijk genoeg. Maar ook ‘een ernstig vermoeden’ dat de aanvrager een strafbaar feit heeft gepleegd, kan nadelig uitpakken voor de vergunningaanvraag. Als aanvrager ben je niet de enige die wordt onderzocht: een zakenpartner met een crimineel verleden komt ook jouw Bibob-kansen niet ten goede. Ten tweede onderzoekt het LBB of het strafbare feit veel geld heeft opgeleverd en hoe lang dat is geleden. De gedachte daarachter is dat de overheid niet, door het afgeven van vergunningen, wil meewerken met ondernemers die geld gebruiken dat zij verdienen of hebben verdiend in het criminele circuit. Anders zou de overheid witwaspraktijken mogelijk  maken. Als het geld lang geleden is verkregen, wordt het nu waarschijnlijk niet meer gebruikt. Dan heeft een vergunningaanvraag dus meer kans om de Bibob-toets te doorstaan.

De twee broers maakten weinig kans. Het bleek dat er tegen hen al lange tijd een strafzaak loopt, waarin beide broers worden verdacht van mensensmokkel, deelname aan een criminele organisatie, valsheid in geschrifte én witwassen. Eén van de bedrijven van het duo is gefinancierd met leningen uit China ter waarde van ruim €1,4 miljoen. Vanwege allerlei fouten en merkwaardigheden, vermoeden het LBB en de burgemeester dat de leenovereenkomsten vals zijn. Dit ontkennen de broers. De strafbare feiten zijn lang geleden gepleegd (meer dan dertien jaar), de leningen zijn al lang afbetaald en ze hebben daarna geen andere strafbare feiten meer gepleegd, zo beweren de hoteleigenaren.

Maar het Bibob-advies gooit roet in hun eten. De leenovereenkomsten vermelden onjuiste postcodes, er is niks opgenomen over rente en de overeenkomsten zijn ondertekend op 1 april 2005, terwijl het bedrijf waar het geleende geld naartoe ging officieel pas is opgericht op 22 april 2005. Bovendien was een deel van de leningen al op 7 februari 2005 verstrekt, vóór het afsluiten van de leningen dus! Een deel van het geld is niet ontvangen door het bedrijf, maar door de broers persoonlijk. Ook het terugbetalen van de leningen is deels gebeurd vanaf een privérekening in Luxemburg. De Chinese leningverstrekkers die de terugbetaling ontvingen, blijken ook nog eens familie te zijn van de broers.

De hoogste bestuursrechter is het met het Bibob-advies en de burgemeester eens. Vanwege de leningen, het gebrek aan rentebepalingen en gedeeltelijke terugbetalingen door familieleden vanaf persoonlijke rekeningen, is sprake van een zogenoemd kasrondje: geld wordt binnen privékringen doorgestuurd, met als doel witwassen en/of belastingontduiking. Het tijdverloop kan de broers niet redden: ook al zijn de feiten dertien jaar geleden gepleegd, er is volgens de rechter nog steeds sprake van gevaar voor witwassen. De leningen zijn nooit officieel afbetaald, dus dat geld zit nog steeds in de bedrijven van de broers. Dat is ook waarom volgens de rechter de bestaande vergunningen voor de andere hotels mochten worden ingetrokken: daar zijn waarschijnlijk óók witwaspraktijken aan de gang.

Wat wij van de twee broers hebben geleerd, is dat een negatief Bibob-advies er dus niet alleen voor kan zorgen dat aangevraagde vergunningen worden geweigerd, maar ook dat eerder verleende vergunningen kunnen worden ingetrokken. Op basis van dat advies mag de burgemeester vergaande conclusies trekken. De burgemeester moet dan natuurlijk wel zeker weten dat het advies zorgvuldig is opgesteld. De burgemeester mag een vergunning dus niet weigeren of intrekken, als hij vermoedt dat het LBB te snel conclusies heeft getrokken of als het advies tegenstrijdig is. Het aanvragen van een Bibob-abele vergunning kan dus wel verregaande gevolgen hebben. Dat lesje hebben de twee broers nu ook geleerd.

Bron: Catch Legal