Kansspelautomaten in het café; een korte uitleg

04 november, 2019

Liever reguleren dan verbieden. Dat is in een notendop wat de wetgever al sinds het begin van de twintigste eeuw moet hebben gedacht over kansspelen. Van een kleurrijke en lichtgevende gokkast in het café meer of minder kijkt niemand op, maar dat daarachter een berg aan regelgeving schuilgaat is misschien niet bij iedereen bekend. Hoogdrempelig, laagdrempelig, één of twee automaten? Een korte uitleg.

Een pubquiz, een Risk-toernooi of een biljartwedstrijd. De ene relatief nieuw en de andere decennia oud. Wat ze in ieder geval alle drie gemeen hebben, is dat het weliswaar spellen zijn, maar dat ze niet gekwalificeerd worden als kansspelen. Dat is maar goed ook, want kansspelen aanbieden in Nederland is op grond van de Wet op de kansspelen verboden, tenzij daarvoor een vergunning is verleend. Maar wat is nou precies een kansspel, en wat mag dus wel en wat mag niet in het café? Op grond van de Wet op de kansspelen is het verboden om gelegenheid te geven om mede te dingen naar prijzen of premies, indien de aanwijzing der winnaars geschiedt door enige kansbepaling waarop de deelnemers in het algemeen geen overwegende invloed kunnen uitoefen, tenzij daarvoor vergunning is verleend. Kortom: kunnen de deelnemers (overwegende) invloed uitoefenen om te winnen of niet? Bestaat die mogelijkheid niet en is de aanwijzing van de winnaars willekeurig, zoals bij een loterij, dan is er sprake van een kansspel. Maar bijvoorbeeld ook poker wordt gezien als kansspel volgens het gerechtshof Amsterdam en is daarmee, wanneer het pokertoernooi voor publiek toegankelijk is en er prijzen worden verdeeld, verboden.

De spellen hierboven zijn vaak incidenteel en vinden niet elke dag plaats, in tegenstelling tot de speelautomaten. Een speelautomaat is onder te verdelen in een kansspelautomaat, zoals een fruitautomaat, en een behendigheidsautomaat, zoals een flipperkast. Bij een behendigheidsautomaat wordt de winst voor het grootste deel bepaald door de behendigheid van de speler, bij een kansspelautomaat is dat doorgaans het lot. De Wet op de kansspelen verbiedt het aanwezig hebben van een kansspelautomaat in het café of restaurant, tenzij daarvoor door de burgemeester een aanwezigheidsvergunning is verleend. De burgemeester bepaalt ook hoeveel automaten er in de inrichting geplaatst mogen worden, met een maximum van twee kansspelautomaten. Vanwege het verslavende karakter van de kansspelautomaten mogen zij overigens niet overal staan, de inrichting dient hiervoor hoogdrempelig te zijn. De termen hoog- en laagdrempelig zien op de aantrekkelijkheid voor jongeren om de inrichting te betreden. De intentie is om jongeren niet in contact te brengen met de verleidingen van de kansspelautomaten en daarbij wordt ervan uitgegaan dat jongeren niet snel een restaurant of café, dat gericht is op schenken van alcoholhoudende dranken, betreden. Daarmee zijn meteen de (enige) twee hoogdrempelige inrichtingen genoemd. Ook moeten de hoogdrempelige  inrichtingen beschikken over een geldige DHW-vergunning, moeten de activiteiten gericht zijn op personen van 18 jaar en ouder en mogen er geen activiteiten plaatsvinden waaraan zelfstandige betekenis kan worden toegekend. Wanneer van de laatste sprake is, lees je hieronder.

Wanneer een activiteit binnen de inrichting een zelfstandige stroom aan bezoekers trekt en dus niet ten dienste staat van het café- of restaurantbezoek, heeft deze activiteit zelfstandige betekenis. Denk bijvoorbeeld aan een bowling- of poolcentrum waarbij bezoekers specifiek komen om te bowlen of poolen, waar ook op basis van een DHW-vergunning geschonken mag worden. Gevolg voor de hoogdrempelige inrichting is dat die door de activiteiten met zelfstandige betekenis laagdrempelig wordt en daarmee de geschiktheid voor het plaatsen van kansspelautomaten verliest. Het niet verwijderen van de kansspelautomaten kan grote gevolgen hebben en uiteindelijk zelfs leiden tot het intrekken van de DHW-vergunning. In ieder geval worden als activiteit met zelfstandige betekenis bestempeld; het afhalen van maaltijden, dansen, bowlen, biljarten (bij méér dan drie tafels), zalenverhuur en regelmatige live optredens. Wanneer je als horecaondernemer besluit voorgaande activiteiten te ontplooien, moeten de kansspelautomaten eruit.

Dat de lijst van activiteiten met zelfstandige betekenis niet vast staat, werd in 2013 pijnlijk duidelijk voor de exploitant van een Amsterdamse shishalounge. Zoals waarschijnlijk bekend, worden er in een shishalounge, naast de café-exploitatie, tegen betaling rookbare waterpijpen aangeboden. In dit geval ging het om vijftien stuks, waarop de burgemeester concludeerde dat de inrichting daarmee zijn hoogdrempeligheid verloor. De burgemeester was van mening dat het aanbieden van zo’n groot aantal waterpijpen als activiteit met zelfstandige betekenis naast de activiteiten van het café kon worden gezien en trok zodoende de aanwezigheidsvergunning voor de twee aanwezige kansspelautomaten in. Met het aanbieden van de waterpijpen werd het café immers laagdrempelig en dan mogen er geen kansspelautomaten aanwezig zijn. De exploitant legde zich hier niet bij neer en stapte naar de voorzieningenrechter. De voorzieningenrechter kwam tot dezelfde conclusie als de burgemeester. Het aantal waterpijpen is zo substantieel dat het roken ervan niet uitsluitend ter ondersteuning van het cafébezoek kan dienen en dus een zelfstandige bezoekersstroom teweeg brengt.

Pas goed op! Wettelijk gezien is het lang niet altijd vanzelfsprekend dat kansspelautomaten zijn toegestaan binnen een inrichting en een overtreding kan vervelende gevolgen hebben. Niet alleen de aanwezigheidsvergunning kan in het gedrang komen, maar ook de exploitatie- en DHW-vergunning zijn voorwerp van onheil. Ook wanneer de bedrijfsvoering van de onderneming aangepast wordt, of het tijd is voor een nieuw concept, is het verstandig na te gaan of de kansspelautomaten mogen blijven staan of niet. Laagdrempelig betekent de kansspelautomaten eruit, wat het fysiek verwijderen dan wel weer een stuk gemakkelijker zou moeten maken.

Bron: Catch Legal